Geachte Heer … .. ….,
Naar aanleiding van klachten van inwoners van de gemeente Nunspeet omtrent verstoring in de werking van audio- en ontvangstapparatuur heeft een toezichthouder, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, van Agentschap Telecom op 9 februari 2007 een luisteronderzoek uitgevoerd naar de naleving van de bepalingen gesteld in de Telecommunicatiewet (Tw). Het luisteronderzoek vond plaats op of omtreeks 20.00 uur in de gemeente Nunspeet. Geconstateerd werd dat op een Ferquentie van ongeveer 95,9 megahertz (MHz) in de FM-omroepband een radio-uitzending in de vorm van een omroepprogramma plaatsvond, bestaande uit muziek en soms spraak. Aan de stem te oordelen werd de uitzending verzorgd door een man, die de zender aankondigde met de naam `Power FM`.
Radiopeilingen, relatieve veldsterktemetingen alsmede visuele waarnemingen wezen uit dat de door deze zender uitgezonden radiosingnalen werden uitgestraald middels enkele verticaal gepolariseerde antennes, welke waren gemonteerd in een antennemast. Ter plaatse werd geconstateerd dat deze antennemast stond opgesteld op het percel ……………… te Nunspeet, Gemeente Nunspeet.
Op 9 februari 2007 omstreeks 20.25 uur arriveerde de opsporingsambtenaar bij het voornoemd perceel. Hij zag dat vanaf voornoemde antenne een coaxiale antennekabel via een gat in de muur de bovenverdieping van de wooning werd binnengeleid. Vanuit een blokhut naast de woning hoorde hij muziek en stemmen klinken. Door middel van een handgedragen radio-ontvanger hoorde de opsporingsambtenaar dezelfde muziek als die welke werd uitgezonden door de voorgenoemde zender. Kennelijk bevond zich in de blokhut de `studio` van de voorgenoemde zender. in de blokhut trof hij een zestal personen aan. De opsporingsambtenaar legitimeerde zich en deelde de reden van zijn komst mee. Achter de bediening van enige in werking zijnde audioapparatuur trof hij u, ….. ….. … .. …. , geboren op . …… 19.. te ……… aan. Nadat de opsporingsambtenaar u had niet tot antwoorden veplicht te zijn, veklaarde u ondere andere uit te zenden op de frequentie 95.9 MHz als `PowerFm` . Tevens verklaarde u te weten dat u een vergunning nodig heeft om uit te zenden in de FM-omroepband, maar dat u deze niet heeft. Vervolgens begaf de opspopringsambtenaar zich naar de woning. Na enige tegenwerking van de bewoners en met gebruikmaking van de machtiging tot binnentreden trof de opsporingsambtenaar op de tweede verdieping van de woning enige werking zijnde radiozendapparatuur aan. In de aangetroffen apparatuur herkende de opsproringsambtenaar een radiozendapparaat als bedoeld in artikel 1., onder kk, van de Tw, Deze Radiozendapparatuur was middels geleidingen verbonden aan de voorgenoemde audio-apparatuur en antennes. Tegen i is op dat moment proces-verbaalk opgemaakt. Tevens is de radiozendapparatuur ten dienste van Justitie in beslaggenomen.
Uit een uitreksel uit de gemeentlijke basisadministratie blijkt dat u woonachtig bent aan de ……. .. te …. .. Nunspeet.
Op grond van artikel3.3, eerste lid, van Tw is voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning vereist. Uit het bij Agentschap Telecom aanwezige vergunningenbestand blijkt dat aan u, als verantwoordelijke houder/gebruiker van de radiozendappatatuur geen vergunning is verleend voor gebruik van frequentieruimte, Door het aanleggen, (gedeeltelijk) aangelegd aanwezig hebben en het gebruik van radiozendapparaten zonde de vereiste vergunning voor het gebruik van frequentieruimte wordt artikel 10.9, eerste lid, van de Tw overtreden.
Met inachtneming van de Tw en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heb ik de bevoegheid u, met toepassing van artikel 15.1, eeste lid, van Tw, artikel 15.2, eeste lid, van de Tw en artikel 5:32 van de Awb, een last onder dwangsomn op te leggen.
Ik ben voornemens u een last onder dwangsom op te leggen. De last onder dwangsom is een bestuursrechtelijk handhavingsmiddel en strekt ertoe overtreding van de Tw ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. De strekking van de last is dat ik u sommeer geen zendaparaten te (laten) gebruiken, aan te (laten) leggen, dan wel geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig te hebben, zonder de vereiste vergunning voor het gebruik van frequentieruimte.
Indien u niet aan deze last voldoet verbeurt u, per geconstateerde overtreding per week, een dwangsom van 2.250,-(tweeduizend tweehonderdvijftig euro) met een maximum van 33.750,- (drieendertigduizend zevenhonderdvijftig euro).
De dwangsombeschikking verliest zijn werking indien:
A. De vaststaande maximum looptijd van twee jaar is vestreken, of
B . Het maximaal te verbeuren bedrag binnen twee jaar is berijkt.
Voordat ik overga tot het opleggen van een last onder dwangsom stel ik u in de gelegenheid om uw zienswijze op dit voonemen te geven. Deze Zienswijze is bedoeld om u gelegenheid te geven een eventueel niet correcte weergave van de overtreding/omstandigheden naar voren te brengen. Indien u van deze mogelijkheid gebruik wilt maken dan dit binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van deze brief. U kunt ook schriftelijk reageren of telefonisch contact opnemen met een eerder genoemd contactpersoon. Deze brief is geen besluit in de zin van de Awb. Het indienen van bezwaar of beroep is dan ook niet mogelijk.
Hoogachtend,
De Staatssecrataris van Economische Zaken
Namens deze.
mw. C.M Angevaren
Hoofd Toezicht
Agentschap Telecom.